Zoeken

Gezicht op de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. Rechts de marmerhandel van Schotel.

Afbeelding  552_308227

Collectie
Gemeentelijke Prentverzameling
Inventarisnummer
552_308227
Oude nummer
F85-198
Beschrijving
Gezicht op de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. Rechts de marmerhandel van Schotel.
Gebouw / instelling
Marmerhandel Schotel
Geografie
Dordrecht
Straat
Houttuinen Nieuwe Haven
Datum of periode
01-01-1895  ‐  01-01-1906
Beeldtype
foto
Trefwoorden
dukdalven / meerpalen fabrieken havens kaden
 onthouden  vergeten      downloaden
toon op grote kaart
NB: De markering op de kaart wordt gegenereerd aan de hand van de beschikbare gegevens en kan afwijken van de werkelijke lokatie.

3 reacties Commentaar van bezoekers

Ton Waalboer 2 maanden geleden
Inderdaad een hele mooie foto Ad, in het midden zie je ook nog de naam W. N. van Dooren staan, deze man handelde daar op nr. 10 destijds, tot 1916 in verfwaren. De sigarenfabriek, ook weer met 2 "oeils de boeuf", de ronde raampjes, ook wel koeienogen genoemd. A.C. van den Kieboom en F.G.C. Bursch begonnen op 16-10-1893 hun sigarendrogerij op nummer 16, kad. bekend onder sectie F nr. 1671.
meld misbruik
Ad 2 maanden geleden
Een dijk van een foto met een fantastisch commentaar van jou Ton. Nooit geweten dat in het pand rechts een sigarenfabriek gevestigd was.
meld misbruik
Ton Waalboer 2 maanden geleden
Uiterst links de Electrische Modelmakerij C.L. v.d. Berg, aan de zuidzijde van de Houttuinen op nummer 2. (zie 556_1056).
Januari 1937 overgedaan aan P.J. van den Brink die de zaak onder eigen naam voort zette onder de naam: P.J. van den Brink voorheen C.L. van den Berg. Over het huidige Sint Jacobsplein liep er een brandgang (zie 552_231770, 552_230604) (toegang politie-bureau aan de Groenmarkt) en was met 4 in de nummering van de Houttuinen opgenomen, eind 19e eeuw was daar ook een opslag van duigen. Zie het AB van 1887/88. Rechts daarvan, later in de tijd, aan dezelfde zuidkant van de Houttuinen op nummer 4 (kadaster Sectie F No. 1074) werd M. Rackwitz, handelende onder de firma Rackwitsz en Greven, in oktober 1913 vergunning verleend tot het oprichten van een smederij. In feite een herstellingsplaats voor motoren, stoom- en andere werktuigen, met het accent op de vervaardiging van alle soorten machines voor groenten , zouterijen en drogerijen. De gebouwen en terreinen van de N.V. "Dordrechtsche Steenhouwerij en Marmerhandel" voorheen A .P. Schotel Gzn. aan de Houttuinen 17,19, 23 en 27 welke het eerder hadden overgenomen van Firma Kemp & Cie., werden in mei 1917 verkocht voor f 17.760,00 k.k. aan B. Huisman. Het betrof de percelen kadastraal bekend onder sectie F met de nummers 1641, 2040 en 2039. Het jaar ervoor, in 1916 werd er nog een uitbreidingsvergunning ingediend, wat toch wel vreemd lijkt omdat er in maart nog in de krant kenbaar werd gemaakt dat de prijzen slecht waren en het weinige werk te gering was om alle kosten te dekken. Ook verdwenen er Dordtse opdrachten naar niet Dordtse bedrijven, zelfs naar het buitenland. Ook de concurrentie klaagt steen en been. Bovendien vreesden steeds meer architecten dat de aanvoer van steen, vanwege de nog steeds voortdurende wereldoorlog (I) zou gaan stagneren waardoor ze met andere materialen genoegen namen. Vóór de wereldoorlog floreerden deze bedrijven nog. Zo werd er in 1913 nog een nieuwe in de Mariastraat opgericht (v.d. Linden). Blijkens een advertentie in de krant van 21-6-1806 van HENDk. van der KOOGH, die daarin zijn Steenhouwers-Affaire te koop aanbied, weten we dat er in ieder geval op deze plek in de Houttuinen sinds ca 1760 mannen met beitels stenen bewerken en verkopen. Toen al geen klein bedrijfje, maar bestaand uit een huis, een kaai en drie pakhuizen. Met name aan de zuidkant stonden er diverse pakhuizen met in mijn ogen bijzondere namen zoals "Het Meevat" op nr. 12 met daarnaast "De Mastboom". "De Voetboog" en "Besjes Backus", prachtige namen waarvan je je afvraag hoe men er op gekomen is. Van die laatste vond ik daar het antwoord op in een krant uit 1921: "In den aanvang der 17e eeuw stond aldaar een huis, dat bewoond werd door Cornelis de Witt Cornelisz, gehuwd in 1609 met Elisabeth van Haerlem Anthonisdr. Na zijn overlijden, 26 Aug. 1624 woonde zijn weduwe er nog jaren lang, en verkocht het pand 20 Juni 1656 aan Dirk Leendertsz. van der Lindt, die het 7 Juni 1660 aan Jan Backus transporteerde. In den transportbrief heet het huis: „domum cum suis met den erve ofte houttuyn over de strate gelegen op De Nieuhaven in de Houttuynen, tusschen den huyse ende houttuyn van Rochus Rees aen d’ eene ende 's Heeren strate aan d’ andere sijde." Jan Backus, die Maasschipper was, was gehuwd met Johanna (Jenneke) van Oost Corstiaensdr. Hij liet het oude huis afbreken, en bouwde er een groot koopmanshuis, met een pakhuis annex en vier korenzolders daarboven, en noemde het naar zijn vroeg overleden dochter Elisabeth, Besje Backus. Het was dus eerst tevens een woonhuis. In het werkje „Oude Gebouwen” wordt het omschreven als: „c. 1660. Houttuinen 26, groot pakhuis "Besje Bakkes", tuitgevel met zandsteenen fronton met gemetselde rollaag eindigend in voluten". Natuurlijk is later, toen het pand geheel tot pakhuis moest dienen, een en ander aan den gevel veranderd". In het genoemde boekje gaat de beschrijving eigenlijk nog met één regeltje verder, namelijk: "Twee oeils de boeuf met geornamenteerde steenen cartouches." Zie 555_10849.
meld misbruik
Uw commentaar bij dit beeld

commentaar wordt direct op de site getoond

Neem het woord (6 letters) uit het plaatje over in het invulveld. Onleesbaar? Klik op het plaatje.
Sluit het Verborgen Museum