Zoeken

Uitgebrand café aan de Korte Geldersekade naast de Leuvebrug.

Afbeelding  552_405780

Collectie
Gemeentelijke Prentverzameling
Inventarisnummer
552_405780
Beschrijving
Uitgebrand café aan de Korte Geldersekade naast de Leuvebrug.
Geografie
Dordrecht
Straat
Korte Geldersekade
Datum of periode
01-05-1906  ‐  31-05-1906
Auteur
Brugman, G.M.
Beeldtype
prentbriefkaart
Trefwoorden
branden cafés publiek / toeschouwers
 onthouden  vergeten      downloaden
toon op grote kaart
NB: De markering op de kaart wordt gegenereerd aan de hand van de beschikbare gegevens en kan afwijken van de werkelijke lokatie.

3 reacties Commentaar van bezoekers

Erica 10 jaar geleden
DE BRAND AAN DE LEUVEBRUG.
Nader vernemen wij, dat het pand, waarin het kantoor van de Maatschappij tot verkoop van hulpmeststoffen gevestigd was, en dat ook het eigendom is van den heer S. BREMER, verzekerd is bij de Haarlemsche Brandverzekering, de inboeldel bij de Maatschappij HOLLAND, alhier. Het hotel aan de Leuvebrug is zooals we reeds meldden verzekerd bij de Maatschappij UTRECHT en wel voor f 10.000 in herbouw, voor f 800 ingeval het pand niet herbouwd wordt. bron: Dordrechtsch Nieuwsblad zaterdag 5 mei 1906
meld misbruik
Erica 10 jaar geleden
DORDRECHT, 3 Mei.
BRAND AAN DE LEUVEBRUG. Nog wijzen de puinhoopen aan, dat kort geleden in onze stad een groote brand gewoed heeft of reeds weder is een pand in de onmiddellijke nabijheid daarvan een prooi der vlammen geworden en wel het groote hotel aan de Leuvebrug, bewoond door den heer W. STRUIF. Zeven minuten voor elf zag Q.W. Glimmerveen (Dolhuisstraat 5), dat de kamer op de 3de verdieping, hoek Leuvebrug en Korte Gelderschekade in brand stond. Onmiddellijk maakte hij alarm en telephoneerde hij de brandweer op. Met J. v.d. Rest haalde hij vervolgens een slangenwagen en reeds eenige minuten over elf wierpen ze het eerste water in het brandende gebouw. Intusschen had het vuur groote voortgang gemaakt. Van de eene kamer drongen de vlammen spoedig in de daarnaast liggende en baanden zich een weg naar alle kanten, hoog opslaande, zich verspreidende over het geheele dak, dat weldra niet veel meer dan een geraamte was. Als vurige tongen lekten de vlammen langs de dakgoot, terwijl een dichter vonkenregen op de toestroomende menigte neerdaalde. Waar het vuur zoo spoedig om zich heen greep, is het wel te begrijpen, dat van den inboedel niets in veiligheid gebracht kon worden. De beide vrouwen, die bij het uitbreken in het pand aanwezig waren, moesten met geweld worden weerhouden, om weer naar binnen te gaan en te trachten het een en ander te redden. De politie was spoedig ter plaatse, om de nieuwsgierigen op behoorlijken afstand te houden. En intusschen woedde het verterende element al maar door. Zoo schemerde een flauwe lichtstraal door de plafonds heen, een oogenblik later was ook die kamer een vuurzee, te midden waarvan de gaskronen hoog opvlamden. De vonken en aschvlokken vielen dicht neer, voortgedreven door den wind naar de Korte Geldersche Kade. Natuurlijk liepen de belendende perceelen hier groot gevaar, vooral het kantoor van de Maatschappij tot verkoop van hulpmeststoffen, waaruit dan ook zoo veel mogelijk gered werd, voornamelijk de boeken en de lessenaars. Langzamerhand waren de spuiten aangekomen. Eerst was nog een slang aan de waterleiding bijgekoppeld, doch wat vermogen twee straaltjes water in een vuurpoel van dien omvang! Te 11.15 verscheen de eerste handspuit van kring B, die ook spoedig water gaf. Ook twee der drijvende spuiten arriveerden nu. De VEERDIENST I wierp haar eerste stralen om half twaalf in het brandende huis, doch bepaalde er zich weldra toe, de belendende perceelen nat te houden. En die werden nat gehouden, want wat gooide die spuit toch een massa water, vergeleken bij de handspuiten en dan de stralen zijn krachtig en zeker, steeds recht uit. Ook kring A rukte aan en wedijverde spoedig mee. Om 11.30 kwam hijgend en snuivend de rijdende stoomspuit aan. Even een schopje opgegooid en enkele minuten later werd het vuur weer met twee stralen meer bestookt, onder hevig stampen van de machine, die massa's vonken en dikke rookwolken rond zich verspreidde, de omstanders overgietende met een fijn regentje. De VEERDIENST II gaf weldra ook met twee slangen van de zijde der Bomkade water. Onnoodig te zeggen, dat er met die 12 stralen heel wat water in het brandende pand werd geworpen en daar bleek het vuur dan ook niet tegen bestand. Langzaam doofde het, zoo nu en dan nog korte opflikkeringen, doch om 12.15 kon men zien, dat de brandweer het vuur onder de knie kreeg en weldra was men den brand vrijwel meester. Kring B rukte te 12.45 in, de slagenwagen volgde spoedig, eveneens kring A. De beide drijvende stoomspuiten konden om 2 uur inrukken, de rijdende bleef nog ter plaatse tot ongeveer 4.30. De waterleiding bleef voortdurend waken en moest zoo nu en dan nog eens optreden. De waarnemend Burgemeester en verschillende andere autoriteiten waren ter plaatse aanwezig. De oorzaak van den brand is niet met zekerheid te zeggen. Het volgende wordt hieromtrent verteld: De dienstmeid had overdag geen tijd gehad om haar bed boven op te maken. Dit ging zij nu 's avonds doen, waartoe zij boven een lampje aanstak, den lucifer wegwerpend, naar zij beweert, in den wateremmer. het kan echter best, dat deze ergens anders is terecht gekomen. Terwijl zij boven bezig was, werd zij naar beneden geroepen. Zij ging naar beneden, het lampje latende branden. Daar de zoldering in die kamer erg laag en het plafond behangen is, is het ook zeer wel mogelijk, dat dit door de voortdurende warmte van het lampje is gaan schroeien. Volgens een andere lezing had de dienstbode, na zich boven te hebben gekleed, de lamp meegenomen naar beneden en was zij een oogenblik later weer naar boven gezonden om sinaasappels te halen. Daarbij had zij een lucifer aangeschrapt en die, naar zij meende, in dne wateremmer geworpen, waarin zij zich echter kan hebben vergist. In ieder geval blijven het maar gissingen. Op het oogenblik dat de brand van buitenaf werd waargenomen, zaten de hotelhoudster en haar dienstbode van geen onheil bewust, in de koffiekamer. De bovenverdiepingen van het hotel zijn geheel vernield, de benedenverdieping (gelagkamer en salon) met inboedel zijn vrijwel gespaard, al zal alles natuurlijk veel van het water geleden hebben. Het pans was eigendom van den heer S. BREMER, en is verzekerd voor f 10.000 in herbouw bij de Maatschappij UTRECHT. De inboedel was verzekerd bij een Duitsche maatschappij. Het kantoor van de Maatschappij tot verkoop van hulpmeststoffen, dat brandschade bekwam aan het dak en verder zeer belangrijke waterschade, is verzekerd bij de Maatschappij HOLLAND alhier. bron: Dordrechtsch Nieuwsblad vrijdag 4 mei 1906
meld misbruik
Erica 10 jaar geleden
- BRAND TE DORDRECHT.
Woensdag 2 Mei 's avonds te pl.m. 11 uur ontstond er een hevige uitslaande brand in het groote hotel-cafe, gelegen aan de 'Leuvebrug' (einde Voorstraat) te Dordrecht. In een oogwenk stond het gehele gebouw in lichtelaaie, zoodat de stoomspuiten, 1 rijdende en 2 drijvende, moesten aanrukken. De enorme massa water, welke deze in de vlammen wierpen, hielden uitbreiding tegen, zoodat de brand tot het hotel beperkt bleef, alhoewel de belende gebouwen door den hevigen wind veel gevaar liepen. Te half 1 ongeveer was de brand gebluscht en konden de stoomspuiten inrukken. Natuurlijk was er een massa volk op de been, daar de hoog oplaaiende vlammen, zich afspiegelend in het water, een tooverachtigen aanblik opleverden. Naar we vernemen dekt assurantie de schade. Oorzaak van den brand onbekend. [Nieuwe Gorinchemsche Courant 6-5-1906; http://gorinchem.courant.nu] - Leuvebrug 1. W. Struif, hotelhouder + N. Cnosses [Dordrecht, adresboek 1906]
meld misbruik
Uw commentaar bij dit beeld

commentaar wordt direct op de site getoond

Neem het woord (6 letters) uit het plaatje over in het invulveld. Onleesbaar? Klik op het plaatje.
Sluit het Verborgen Museum